13 november 2018

De Bovenas

Aanmaak van het Model

Voor het maken van de bovenas heb ik een doorsnede van de as 1:1 uitgetekend op A0 papier. Zo kan ik het model makkelijk opbouwen. Een model wordt in vier delen gemaakt en een kerndoosje voor twee kernen. Het grootste gedeelte van de as wordt in een boven- en een onderhelft gemaakt en de voorkant met ster ook in twee delen. Eerst draai ik de ronde delen. Dit doe ik door twee delen kunststof tegen elkaar te lijmen met een vel papier ertussen. Na het draaien kan ik de delen van elkaar splijten. Zo krijg ik dus een boven- en een onderhelft. De twee draaidelen worden verbonden met een dunne plaat van 4 mm dik. Op de platen wordt dan een driehoekig profiel verlijmd. Dit deel van de as wordt verder met ruggen afgewerkt, deze moeten wel lossend zijn in de delingsrichting. Nu is het moment dat de twee delen tegenover elkaar worden gecentreerd. Dit gebeurd met “dubbels”, in de ene helft een pennetje en in de andere helft een gaatje. Zo blijven de delen recht boven elkaar zitten. De twee blokken van de kop worden nu op het grootste draaideel gelijmd. Ook hierop moeten ruggen worden verlijmd. Voor ik de lijsten op de assekop lijm moet ik eerst de voorplaten met de ster op de kop passend maken en centreren. Nadat de lijsten erop geplaatst zijn kan ik de prenten voor de kernen erop lijmen. De prenten zijn bedoeld voor het uitsparen van de vorm, waar de kern ingelegd kan worden, voor het gieten. Ook hier weer afwerken en hollen trekken. Twee lagen grondverf en klaar voor gebruik.

Het gieten van de Bovenas

Nadat het model is ingesmeerd met een lossingsmiddel, wordt de onderhelft van het model op een plaat gelegd. Omdat de lijsten van de assekop vast op het model zitten en dus tegen lossend zijn, moeten er eerst drie zandballen gemaakt worden. Na het uitharden worden ze in gepoederd, zodat deze niet gaan hechten aan de furaanzand. Tegen de staart van de as wordt een giettrechter gevormd en in de hals worden drie koelblokken in de onderhelft gelegd en in de bovenhelft een thermische bus om krimp te voorkomen. Ook komt er in de bovenhelft nog een opkomer voor extra voeding. De onderkast word nu gevuld met furaanzand. Na uitharding word de kast omgedraaid en kan de bovenhelft gevormd worden. Ook hier moeten eerst drie zandballen gemaakt worden. Na uitharden van de vormkasten worden deze ontdaan van het model en goed uitgeblazen, zodat er geen loszittend zand achterblijft. De zandballen worden in de onderkast gelegd en in de bovenkast verlijmd. De kasten kunnen op elkaar. Klaar om te gieten. Ik wil er twee, dus het ritueel begint opnieuw. De kasten zijn gegoten door Frans Geerlings en Marcel Ottenheim.

Het ontkernen, stralen en afbramen van de as

Na het gieten heeft Frans de kasten op een trilplaat gelegd om het vormzand te breken. Het was nog een hele klus om de kernen uit de kop van de as te krijgen. Nadat de assen van het zand ontdaan waren ben ik naar de zagerij gegaan om het overtollige materiaal af te zagen. Zoals de giettrechter en de opkomers. Om de as helemaal zandvrij te maken heb ik ze laten stralen. Door het gieten ontstaan er bramen die ik met een slijpschijf en dremel heb verwijderd. Door het slijpen en schuren word de structuur van het gietwerk aangetast, maar de meeste bramen zaten op de kop en die word geverfd, dus dit hoeft geen probleem te zijn. Toch heb ik ze nog een keer laten stralen.

Het bewerken van de bovenas.

Na het ontbramen ben ik met de as naar Loek van Geenen gegaan om deze te laten afdraaien. Voordat hij de as kon opspannen heeft hij twee hulpstukken moeten draaien om de as te kunnen uitrichten. Na opspanning heeft Loek eerst de hals op maat gedraaid. Doordat de as veel trillingen veroorzaakte heeft Loek twee spanbouten in de kop van de as gespannen. Na de afronding naar de kop en de waterkering, was het laatste klusje de staartpen. Deze op maat gedraaid en op maat afgestoken. Dit proces heeft twee en een half uur tijd gekost. Voornamelijk kwam dit door de trillingen die ontstonden door de vorm van de kop. 

De afwerking.

Zo nu nog een kleurtje geven. De as heb ik goed afgesopt met thinner, om er zeker van te zijn dat alle oliën en vetten eraf zijn. Voor het schilderen van de kop heb ik Hamerite gebruikt. Ten eerste heb ik de kop twee keer in de grondverf gezet. Na het afplakken van de lijstjes heb ik drie lagen rood aangebracht. Dit kon nog met een relatief grote kwast, maar de lijstjes, in het wit, moest ik met een grotere penseel verven. En de ster was pielwerk.

Onderas

Aanmaak van het Model

Omdat de onderas een ronde as is, draai ik hem op een houtdraaibank. Het model van de onderas wordt in twee delen gemaakt. Een boven- en een onderhelft. Om een as in twee delen te kunnen draaien, lijm ik twee delen kunststof tegen elkaar met een vel papier ertussen. Het kunststof wat ik hiervoor gebruik is Cibatool. Het verwerkt zich als hout, maar het voordeel hiervan is dat het geen vezels bevat, zoals hout. Na het draaien kan ik de delen van elkaar splijten. Zo krijg ik dus een boven en een onder deel. Voordat ik de staaf doormidden splijt, doorboor ik hem op drie plaatsen. Deze gaten gebruik ik om later de delen weer passend op elkaar te centreren. Dit gebeurd met centreerpennen en -bussen. Voor het vastzetten van het waterrad en het tandwiel lijm ik twee vierkanten blokken op de as. Hierbij moet ik rekening houden dat deze lossend zijn in de delingsrichting. Daarna nog ruggen tussen de blokken en de ringen lijmen. En verder afwerken door hollen te trekken m.b.v. polyesterplamuur. Twee lagen grondverf en hij is klaar om te vormen.

Het gieten van de Onderas

Het vormen van het model gebeurd in furaanzand door Frans Geerlings. Een helft van het model wordt op een plaat gelegd, waar een kast omheen komt. Omdat de vierkanten blokken zo groot zijn en kunnen inslinken worden er koelblokken op gelegd. Dit geheel wordt gevuld met furaanzand. Nadat de furaanzand is uitgehard wordt de kast omgedraaid. Nu wordt de andere helft van het model op de gevormde kast gelegd bovenop de eerste helft. Na de gietloop en de opkomers (ook op de vierkanten blokken t.b.v. voeding aluminium tijdens stolling) te hebben toevoegt, komt ook hier weer een kast omheen. Deze wordt ook weer gevuld met furaanzand. Na uitharding kunnen de kasten van elkaar en het model eruit gehaald worden. Alles controleren en schoonblazen. De kasten kunnen nu weer op elkaar en er kan aluminium in gegoten worden. We laten de kast een weekend afkoelen, daarna kan het gietwerk uit de kast. Na het afzagen van de opkomers en de gietloop heeft Frans de as laten stralen.

Het bewerken van de onderas

Om de as te laten bewerken heb ik Loek van Geenen gevraagd voor het draaiwerk. Om de as uit te lijnen heeft Loek de as aan een zijde in een drieklauw geklemd. Door hem langzaam rond te draaien en een beitel tegen het andere eind te houden kan d.m.v. kloppen de as uitgelijnd worden. Zo kan er een centerpunt op het eind  van de as geboord worden. Nu de as aan een kant in de klauw zit en aan de andere kant gesteund word door een meedraaiend centerpunt kan de as tot op 2mm afgedraaid worden. De as word omgedraaid en weer in de klauw geplaatst, maar nu word de ander kant ondersteund door een bril. Ook nu kan er weer een centerpunt worden geboord. Door het inspannen op de twee centerpunten kan de as in z´n geheel afgewerkt worden. Met behulp van de drieklauw en de bril moet de as nog op lengte afgedraaid worden. Dit moet weer in twee opspanningen. Het draaiwerk is klaar!

Nu het frezen van de blokken nog. Hiervoor moet ik bij de CNC specialist zijn. Hij spant de as op tussen twee klemmen, die van te voren uitgericht zijn. Door de blokken haaks op de bank uit te richten, kunnen deze gecentreerd op de as afgefreesd worden.